Werkwoord vervoegen

verbfinder.com

Très facile...

Onbepaalde wijs (infinitif) grandir
Tegenwoordig deelwoord (participe présent) grandissant
Voltooid deelwoord (participe passé) grandi

Aantonende wijs (indicatif)

Tegenwoordige tijd (présent)

jegrandis
tugrandis
il; elle; ongrandit
nousgrandissons
vousgrandissez
ils; ellesgrandissent

Onvoltooid verleden tijd (imparfait)

jegrandissais
tugrandissais
il; elle; ongrandissait
nousgrandissions
vousgrandissiez
ils; ellesgrandissaient

Verleden tijd (passé simple)

jegrandis
tugrandis
il; elle; ongrandit
nousgrandîmes
vousgrandîtes
ils; ellesgrandirent

Toekomende tijd (futur)

jegrandirai
tugrandiras
il; elle; ongrandira
nousgrandirons
vousgrandirez
ils; ellesgrandiront

Aanvoegende wijs (subjonctif)

Tegenwoordige tijd (présent)

jegrandisse
tugrandisses
il; elle; ongrandisse
nousgrandissions
vousgrandissiez
ils; ellesgrandissent

Onvoltooid verleden tijd (imparfait)

jegrandisse
tugrandisses
il; elle; ongrandît
nousgrandissions
vousgrandissiez
ils; ellesgrandissent

Voorwaardelijke wijs (conditionnel)

jegrandirais
tugrandirais
il; elle; ongrandirait
nousgrandirions
vousgrandiriez
ils; ellesgrandiraient

Gebiedende wijs (impératif)

(tu)grandis
(nous)grandissons
(vous)grandissez

Legenda: infinitief, regelmatig, regelmatig met uitspraakcorrectie, onregelmatig

Vertalingen

Engels expand; grow

Spaans aumentar; crecer

Italiaans aumentare; crescere