Être ou ne pas être, là est la question.

Lees meer…

Infinitief être
Tegenwoordig deelwoord étant
Voltooid deelwoord été

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jesuis
tues
il; elle; onest
noussommes
vousêtes
ils; ellessont

Onvoltooid verleden tijd

j'étais
tuétais
il; elle; onétait
nousétions
vousétiez
ils; ellesétaient

Verleden tijd

jefus
tufus
il; elle; onfut
nousfûmes
vousfûtes
ils; ellesfurent

Toekomende tijd

jeserai
tuseras
il; elle; onsera
nousserons
vousserez
ils; ellesseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jesois
tusois
il; elle; onsoit
noussoyons
voussoyez
ils; ellessoient

Onvoltooid verleden tijd

jefusse
tufusses
il; elle; onfût
nousfussions
vousfussiez
ils; ellesfussent

Voorwaardelijke wijs

jeserais
tuserais
il; elle; onserait
nousserions
vousseriez
ils; ellesseraient

Gebiedende wijs

(tu)sois
(nous)soyons
(vous)soyez

Vertalingen

Catalaans
ésser; estar; ser
Duits
sein
Engels
to be
Spaans
estar; ser
Italiaans
esistere; essere; stare
Nederlands
zijn
Portugees
estar; ser