Infinitiefplanter
Tegenwoordig deelwoordplantant
Voltooid deelwoordplanté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeplante
tuplantes
il, elle, onplante
nousplantons
vousplantez
ils, ellesplantent

Onvoltooid verleden tijd

jeplantais
tuplantais
il, elle, onplantait
nousplantions
vousplantiez
ils, ellesplantaient

Verleden tijd

jeplantai
tuplantas
il, elle, onplanta
nousplantâmes
vousplantâtes
ils, ellesplantèrent

Toekomende tijd

jeplanterai
tuplanteras
il, elle, onplantera
nousplanterons
vousplanterez
ils, ellesplanteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jeplante
que tuplantes
qu'ilplante
que nousplantions
que vousplantiez
qu'ilsplantent

Onvoltooid verleden tijd

que jeplantasse
que tuplantasses
qu'ilplantât
que nousplantassions
que vousplantassiez
qu'ilsplantassent

Voorwaardelijke wijs

jeplanterais
tuplanterais
il, elle, onplanterait
nousplanterions
vousplanteriez
ils, ellesplanteraient

Gebiedende wijs

(tu)plante
(nous)plantons
(vous)plantez

Vertalingen

Catalaans
plantar
Duits
pflanzen
Engels
to plant
Spaans
plantar
Italiaans
piantare
Nederlands
planten
Portugees
plantar