Infinitiefdisputer
Tegenwoordig deelwoorddisputant
Voltooid deelwoorddisputé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jedispute
tudisputes
il, elle, ondispute
nousdisputons
vousdisputez
ils, ellesdisputent

Onvoltooid verleden tijd

jedisputais
tudisputais
il, elle, ondisputait
nousdisputions
vousdisputiez
ils, ellesdisputaient

Verleden tijd

jedisputai
tudisputas
il, elle, ondisputa
nousdisputâmes
vousdisputâtes
ils, ellesdisputèrent

Toekomende tijd

jedisputerai
tudisputeras
il, elle, ondisputera
nousdisputerons
vousdisputerez
ils, ellesdisputeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jedispute
que tudisputes
qu'ildispute
que nousdisputions
que vousdisputiez
qu'ilsdisputent

Onvoltooid verleden tijd

que jedisputasse
que tudisputasses
qu'ildisputât
que nousdisputassions
que vousdisputassiez
qu'ilsdisputassent

Voorwaardelijke wijs

jedisputerais
tudisputerais
il, elle, ondisputerait
nousdisputerions
vousdisputeriez
ils, ellesdisputeraient

Gebiedende wijs

(tu)dispute
(nous)disputons
(vous)disputez

Vertalingen

Catalaans
impugnar
Engels
to challenge; to contest; to dispute; to question
Spaans
discutir; objetar
Italiaans
contestare; disputare
Nederlands
aanvechten; bestrijden; betwisten
Portugees
discutir; disputar