Infinitiefcasser
Tegenwoordig deelwoordcassant
Voltooid deelwoordcassé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jecasse
tucasses
il, elle, oncasse
nouscassons
vouscassez
ils, ellescassent

Onvoltooid verleden tijd

jecassais
tucassais
il, elle, oncassait
nouscassions
vouscassiez
ils, ellescassaient

Verleden tijd

jecassai
tucassas
il, elle, oncassa
nouscassâmes
vouscassâtes
ils, ellescassèrent

Toekomende tijd

jecasserai
tucasseras
il, elle, oncassera
nouscasserons
vouscasserez
ils, ellescasseront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jecasse
que tucasses
qu'ilcasse
que nouscassions
que vouscassiez
qu'ilscassent

Onvoltooid verleden tijd

que jecassasse
que tucassasses
qu'ilcassât
que nouscassassions
que vouscassassiez
qu'ilscassassent

Voorwaardelijke wijs

jecasserais
tucasserais
il, elle, oncasserait
nouscasserions
vouscasseriez
ils, ellescasseraient

Gebiedende wijs

(tu)casse
(nous)cassons
(vous)cassez

Vertalingen

Catalaans
rompre; trencar
Engels
to break; to crack
Spaans
romper