Infinitief voir
Tegenwoordig deelwoord voyant
Voltooid deelwoord vu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jevois
tuvois
il, elle, onvoit
nousvoyons
vousvoyez
ils, ellesvoient

Onvoltooid verleden tijd

jevoyais
tuvoyais
il, elle, onvoyait
nousvoyions
vousvoyiez
ils, ellesvoyaient

Verleden tijd

jevis
tuvis
il, elle, onvit
nousvîmes
vousvîtes
ils, ellesvirent

Toekomende tijd

jeverrai
tuverras
il, elle, onverra
nousverrons
vousverrez
ils, ellesverront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jevoie
tuvoies
il, elle, onvoie
nousvoyions
vousvoyiez
ils, ellesvoient

Onvoltooid verleden tijd

jevisse
tuvisses
il, elle, onvît
nousvissions
vousvissiez
ils, ellesvissent

Voorwaardelijke wijs

jeverrais
tuverrais
il, elle, onverrait
nousverrions
vousverriez
ils, ellesverraient

Gebiedende wijs

(tu)vois
(nous)voyons
(vous)voyez

Vertalingen

Catalaans
veure
Duits
gucken; sehen; wahrnehmen
Engels
to see; to view; to watch
Spaans
ver
Italiaans
vedere
Nederlands
bekijken; kijken; waarnemen; zien
Portugees
ver