Infinitief venir
Tegenwoordig deelwoord venant
Voltooid deelwoord venu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeviens
tuviens
il; elle; onvient
nousvenons
vousvenez
ils; ellesviennent

Onvoltooid verleden tijd

jevenais
tuvenais
il; elle; onvenait
nousvenions
vousveniez
ils; ellesvenaient

Verleden tijd

jevins
tuvins
il; elle; onvint
nousvînmes
vousvîntes
ils; ellesvinrent

Toekomende tijd

jeviendrai
tuviendras
il; elle; onviendra
nousviendrons
vousviendrez
ils; ellesviendront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jevienne
tuviennes
il; elle; onvienne
nousvenions
vousveniez
ils; ellesviennent

Onvoltooid verleden tijd

jevinsse
tuvinsses
il; elle; onvînt
nousvinssions
vousvinssiez
ils; ellesvinssent

Voorwaardelijke wijs

jeviendrais
tuviendrais
il; elle; onviendrait
nousviendrions
vousviendriez
ils; ellesviendraient

Gebiedende wijs

(tu)viens
(nous)venons
(vous)venez

Vertalingen

Catalaans
venir
Engels
to come
Spaans
venir
Italiaans
venire
Nederlands
komen
Portugees
vir