Infinitief partir
Tegenwoordig deelwoord partant
Voltooid deelwoord parti

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepars
tupars
il, elle, onpart
nouspartons
vouspartez
ils, ellespartent

Onvoltooid verleden tijd

jepartais
tupartais
il, elle, onpartait
nouspartions
vouspartiez
ils, ellespartaient

Verleden tijd

jepartis
tupartis
il, elle, onpartit
nouspartîmes
vouspartîtes
ils, ellespartirent

Toekomende tijd

jepartirai
tupartiras
il, elle, onpartira
nouspartirons
vouspartirez
ils, ellespartiront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jeparte
tupartes
il, elle, onparte
nouspartions
vouspartiez
ils, ellespartent

Onvoltooid verleden tijd

jepartisse
tupartisses
il, elle, onpartît
nouspartissions
vouspartissiez
ils, ellespartissent

Voorwaardelijke wijs

jepartirais
tupartirais
il, elle, onpartirait
nouspartirions
vouspartiriez
ils, ellespartiraient

Gebiedende wijs

(tu)pars
(nous)partons
(vous)partez

Vertalingen

Catalaans
anar-se'n; partir
Engels
to leave
Spaans
irse; marcharse; partir
Italiaans
partire
Nederlands
vertrekken
Portugees
ir-se