Infinitief pouvoir
Tegenwoordig deelwoord pouvant
Voltooid deelwoord pu

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepeux, puis
tupeux
il, elle, onpeut
nouspouvons
vouspouvez
ils, ellespeuvent

Onvoltooid verleden tijd

jepouvais
tupouvais
il, elle, onpouvait
nouspouvions
vouspouviez
ils, ellespouvaient

Verleden tijd

jepus
tupus
il, elle, onput
nouspûmes
vouspûtes
ils, ellespurent

Toekomende tijd

jepourrai
tupourras
il, elle, onpourra
nouspourrons
vouspourrez
ils, ellespourront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jepuisse
tupuisses
il, elle, onpuisse
nouspuissions
vouspuissiez
ils, ellespuissent

Onvoltooid verleden tijd

jepusse
tupusses
il, elle, onpût
nouspussions
vouspussiez
ils, ellespussent

Voorwaardelijke wijs

jepourrais
tupourrais
il, elle, onpourrait
nouspourrions
vouspourriez
ils, ellespourraient

Gebiedende wijs

(tu)peux
(nous)pouvons
(vous)pouvez

Vertalingen

Catalaans
poder
Duits
dürfen; können; mögen
Engels
to be able; to be allowed; to can
Spaans
poder; saber
Italiaans
potere; sapere
Nederlands
kunnen; mogen
Portugees
poder