Infinitiefposer
Tegenwoordig deelwoordposant
Voltooid deelwoordposé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jepose
tuposes
il, elle, onpose
nousposons
vousposez
ils, ellesposent

Onvoltooid verleden tijd

jeposais
tuposais
il, elle, onposait
nousposions
vousposiez
ils, ellesposaient

Verleden tijd

jeposai
tuposas
il, elle, onposa
nousposâmes
vousposâtes
ils, ellesposèrent

Toekomende tijd

jeposerai
tuposeras
il, elle, onposera
nousposerons
vousposerez
ils, ellesposeront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jepose
que tuposes
qu'ilpose
que nousposions
que vousposiez
qu'ilsposent

Onvoltooid verleden tijd

que jeposasse
que tuposasses
qu'ilposât
que nousposassions
que vousposassiez
qu'ilsposassent

Voorwaardelijke wijs

jeposerais
tuposerais
il, elle, onposerait
nousposerions
vousposeriez
ils, ellesposeraient

Gebiedende wijs

(tu)pose
(nous)posons
(vous)posez

Vertalingen

Catalaans
posar
Engels
to lay; to place; to pose; to put
Spaans
poner; posar
Italiaans
porre
Nederlands
leggen; plaatsen; zetten
Portugees
pôr; pousar