Infinitiefbriller
Tegenwoordig deelwoordbrillant
Voltooid deelwoordbrillé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebrille
tubrilles
il, elle, onbrille
nousbrillons
vousbrillez
ils, ellesbrillent

Onvoltooid verleden tijd

jebrillais
tubrillais
il, elle, onbrillait
nousbrillions
vousbrilliez
ils, ellesbrillaient

Verleden tijd

jebrillai
tubrillas
il, elle, onbrilla
nousbrillâmes
vousbrillâtes
ils, ellesbrillèrent

Toekomende tijd

jebrillerai
tubrilleras
il, elle, onbrillera
nousbrillerons
vousbrillerez
ils, ellesbrilleront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jebrille
que tubrilles
qu'ilbrille
que nousbrillions
que vousbrilliez
qu'ilsbrillent

Onvoltooid verleden tijd

que jebrillasse
que tubrillasses
qu'ilbrillât
que nousbrillassions
que vousbrillassiez
qu'ilsbrillassent

Voorwaardelijke wijs

jebrillerais
tubrillerais
il, elle, onbrillerait
nousbrillerions
vousbrilleriez
ils, ellesbrilleraient

Gebiedende wijs

(tu)brille
(nous)brillons
(vous)brillez

Vertalingen

Catalaans
brillar
Engels
to shine
Spaans
brillar
Italiaans
brillare
Nederlands
schijnen
Portugees
brilhar