Infinitiefboucher
Tegenwoordig deelwoordbouchant
Voltooid deelwoordbouché

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jebouche
tubouches
il, elle, onbouche
nousbouchons
vousbouchez
ils, ellesbouchent

Onvoltooid verleden tijd

jebouchais
tubouchais
il, elle, onbouchait
nousbouchions
vousbouchiez
ils, ellesbouchaient

Verleden tijd

jebouchai
tubouchas
il, elle, onboucha
nousbouchâmes
vousbouchâtes
ils, ellesbouchèrent

Toekomende tijd

jeboucherai
tuboucheras
il, elle, onbouchera
nousboucherons
vousboucherez
ils, ellesboucheront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jebouche
tubouches
il, elle, onbouche
nousbouchions
vousbouchiez
ils, ellesbouchent

Onvoltooid verleden tijd

jebouchasse
tubouchasses
il, elle, onbouchât
nousbouchassions
vousbouchassiez
ils, ellesbouchassent

Voorwaardelijke wijs

jeboucherais
tuboucherais
il, elle, onboucherait
nousboucherions
vousboucheriez
ils, ellesboucheraient

Gebiedende wijs

(tu)bouche
(nous)bouchons
(vous)bouchez

Vertalingen

Catalaans
embussar; sargir; tancar; tapar
Duits
blockieren; stopfen; verstopfen
Engels
to block; to choke; to plug; to stop
Spaans
bloquear; obstruir; tapar
Italiaans
tappare
Nederlands
dichten; dichtmaken; stoppen; verstoppen; volstoppen