Infinitiefporter
Tegenwoordig deelwoordportant
Voltooid deelwoordporté

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jeporte
tuportes
il, elle, onporte
nousportons
vousportez
ils, ellesportent

Onvoltooid verleden tijd

jeportais
tuportais
il, elle, onportait
nousportions
vousportiez
ils, ellesportaient

Verleden tijd

jeportai
tuportas
il, elle, onporta
nousportâmes
vousportâtes
ils, ellesportèrent

Toekomende tijd

jeporterai
tuporteras
il, elle, onportera
nousporterons
vousporterez
ils, ellesporteront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jeporte
tuportes
il, elle, onporte
nousportions
vousportiez
ils, ellesportent

Onvoltooid verleden tijd

jeportasse
tuportasses
il, elle, onportât
nousportassions
vousportassiez
ils, ellesportassent

Voorwaardelijke wijs

jeporterais
tuporterais
il, elle, onporterait
nousporterions
vousporteriez
ils, ellesporteraient

Gebiedende wijs

(tu)porte
(nous)portons
(vous)portez

Vertalingen

Catalaans
dur; portar
Engels
to bear; to carry; to wear
Spaans
alcanzar; llevar; portar
Italiaans
portare
Portugees
carregar; levar