Infinitief savoir
Tegenwoordig deelwoord sachant
Voltooid deelwoord su

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jesais
tusais
il, elle, onsait
noussavons
voussavez
ils, ellessavent

Onvoltooid verleden tijd

jesavais
tusavais
il, elle, onsavait
noussavions
voussaviez
ils, ellessavaient

Verleden tijd

jesus
tusus
il, elle, onsut
noussûmes
voussûtes
ils, ellessurent

Toekomende tijd

jesaurai
tusauras
il, elle, onsaura
noussaurons
voussaurez
ils, ellessauront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jesache
tusaches
il, elle, onsache
noussachions
voussachiez
ils, ellessachent

Onvoltooid verleden tijd

jesusse
tususses
il, elle, onsût
noussussions
voussussiez
ils, ellessussent

Voorwaardelijke wijs

jesaurais
tusaurais
il, elle, onsaurait
noussaurions
voussauriez
ils, ellessauraient

Gebiedende wijs

(tu)sache
(nous)sachons
(vous)sachez

Vertalingen

Catalaans
saber
Duits
können; wissen
Engels
to know
Spaans
saber
Italiaans
sapere
Nederlands
weten
Portugees
saber