Qu'est-ce que tu dis?

Lees meer…

Infinitief dire
Tegenwoordig deelwoord disant
Voltooid deelwoord dit

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jedis
tudis
il, elle, ondit
nousdisons
vousdites
ils, ellesdisent

Onvoltooid verleden tijd

jedisais
tudisais
il, elle, ondisait
nousdisions
vousdisiez
ils, ellesdisaient

Verleden tijd

jedis
tudis
il, elle, ondit
nousdîmes
vousdîtes
ils, ellesdirent

Toekomende tijd

jedirai
tudiras
il, elle, ondira
nousdirons
vousdirez
ils, ellesdiront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jedise
tudises
il, elle, ondise
nousdisions
vousdisiez
ils, ellesdisent

Onvoltooid verleden tijd

jedisse
tudisses
il, elle, ondît
nousdissions
vousdissiez
ils, ellesdissent

Voorwaardelijke wijs

jedirais
tudirais
il, elle, ondirait
nousdirions
vousdiriez
ils, ellesdiraient

Gebiedende wijs

(tu)dis
(nous)disons
(vous)dites

Vertalingen

Catalaans
dir
Duits
erzählen; sagen; sprechen
Engels
to say; to tell
Spaans
decir
Italiaans
dire
Nederlands
spreken; vertellen; zeggen
Portugees
dizer