Infinitief choisir
Tegenwoordig deelwoord choisissant
Voltooid deelwoord choisi

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jechoisis
tuchoisis
il, elle, onchoisit
nouschoisissons
vouschoisissez
ils, elleschoisissent

Onvoltooid verleden tijd

jechoisissais
tuchoisissais
il, elle, onchoisissait
nouschoisissions
vouschoisissiez
ils, elleschoisissaient

Verleden tijd

jechoisis
tuchoisis
il, elle, onchoisit
nouschoisîmes
vouschoisîtes
ils, elleschoisirent

Toekomende tijd

jechoisirai
tuchoisiras
il, elle, onchoisira
nouschoisirons
vouschoisirez
ils, elleschoisiront

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

jechoisisse
tuchoisisses
il, elle, onchoisisse
nouschoisissions
vouschoisissiez
ils, elleschoisissent

Onvoltooid verleden tijd

jechoisisse
tuchoisisses
il, elle, onchoisît
nouschoisissions
vouschoisissiez
ils, elleschoisissent

Voorwaardelijke wijs

jechoisirais
tuchoisirais
il, elle, onchoisirait
nouschoisirions
vouschoisiriez
ils, elleschoisiraient

Gebiedende wijs

(tu)choisis
(nous)choisissons
(vous)choisissez

Vertalingen

Catalaans
elegir; escollir; triar
Duits
auslesen; aussuchen; auswählen; wählen
Engels
to choose
Spaans
elegir; escoger; seleccionar
Italiaans
eleggere; scegliere
Nederlands
kiezen; selecteren; uitzoeken
Portugees
eleger; escolher; selecionar