Infinitieffrapper
Tegenwoordig deelwoordfrappant
Voltooid deelwoordfrappé

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd

jefrappe
tufrappes
il, elle, onfrappe
nousfrappons
vousfrappez
ils, ellesfrappent

Onvoltooid verleden tijd

jefrappais
tufrappais
il, elle, onfrappait
nousfrappions
vousfrappiez
ils, ellesfrappaient

Verleden tijd

jefrappai
tufrappas
il, elle, onfrappa
nousfrappâmes
vousfrappâtes
ils, ellesfrappèrent

Toekomende tijd

jefrapperai
tufrapperas
il, elle, onfrappera
nousfrapperons
vousfrapperez
ils, ellesfrapperont

Aanvoegende wijs

Tegenwoordige tijd

que jefrappe
que tufrappes
qu'ilfrappe
que nousfrappions
que vousfrappiez
qu'ilsfrappent

Onvoltooid verleden tijd

que jefrappasse
que tufrappasses
qu'ilfrappât
que nousfrappassions
que vousfrappassiez
qu'ilsfrappassent

Voorwaardelijke wijs

jefrapperais
tufrapperais
il, elle, onfrapperait
nousfrapperions
vousfrapperiez
ils, ellesfrapperaient

Gebiedende wijs

(tu)frappe
(nous)frappons
(vous)frappez

Vertalingen

Catalaans
colpejar
Engels
to hit; to kick; to strike
Spaans
golpear
Italiaans
colpire
Nederlands
kloppen; slaan
Portugees
atingir